Het donker inzien!

Zo, dat zit er op! Het eerste groene V-teken kan afgevinkt worden. De Goedheiligman is met zijn Pieten afgetaaid; op naar die andere Goedheiligman met zijn gevolg in bange dagen. Het licht in de natuur trekt zich terug en uit alle macht probeert de menselijke natuur zich eveneens te onttrekken aan de waarheid van Het Licht. In de materie worden kosten noch moeite bespaard om het ogenschijnlijke een licht toe te kennen.

Tijdens mijn leven heb ik honderden kaarsjes en later waxinelichtjes aangestoken in de kleine kapelletjes waar grote steden – soms zelfs midden in de winkelstraat – rijk aan waren. Stilgezeten in het donker, flakkerden de vlammetjes van de hoop op en niet zelden biggelde er ‘zomaar’ een traan zonder de inhoud te weten. De hulpvraag werd aangeroepen voor iedereen die het nodig had; uit angst dat ik iemand zou vergeten. Mijn smeekbede was gericht op het verzoek om daartoe te mogen bijdragen. Ik had er naar mezelf toe niets van opgestoken! Dienstbaarheid als hoogste goed gaat je niet in de koude kleren zitten. De waakvlam krijgt geen doorstart wanneer je eigen hartenergie slechts stationair blijft lopen. De motor draait maar je vergeet de versnelling. De kunstverlichting schijnt een paar meter voor je op de weg vooruit, maar je ontwikkeling wordt al in de knop afgebroken.

Het ware inzien geeft zijn contouren pas prijs wanneer je durft te accepteren dat het donker is. Gewenning aan de duisternis laat zachtjesaan het licht onderscheiden.
De tijd geeft ruimte aan contemplatie en door de ontspanning vindt de opgestapelde vermoeidheid een weg naar buiten.
Op de Röntgen vertegenwoordigde de donkere kamer het zenuwcentrum van de afdeling. In die tijd werden alle foto’s ontdaan van hun vaak zware ijzeren cassette en op de tast – het was immers stikdonker – werd het labeltje van de patiënt vastgeplakt en afgestempeld waarna de foto’s in de ontwikkel-machine’s verdwenen. Van alle kanten werd je belegerd door stapels werk en degene die het hardst ‘Cito’ riep, kreeg voorrang. De belangrijke post werd bemand door minstens twee personen en ondanks alle hectiek was het een plek bij uitstek om verhelderende gesprekken te voeren tussen de regels door. Het kunstlicht zou een hinderlijke spelbreker geweest zijn want de donkerte verwarmde de ruimte door de inzichten die het licht lieten schijnen op zaken die het daglicht moeilijk verdroegen. De twinkeling in de ogen verraadde een traan van humor, verdriet of de rijkdom van het gezamenlijk delen. Ook dit donker vertegenwoordigde een heimwee-plek waar de stilte in jezelf het voor het zeggen had. Het geroezemoes van de omgeving, soms met een stemverheffende uithaal kon niet verhoeden dat de rust meer toehoorders had.

Wat er ook gebeurt; de plaats waar de inzichten de bron vormen heeft geen schijnwerpers nodig. Er moet jóu een lichtje op gaan om daarvan doordrongen te worden! De mate van overprikkeling waar deze maand bij uitstek mee overvoerd wordt is voor velen een reden om bij de pakken ( of pakjes! ) neer te zitten. Men weet vaak niet eens waarom! Het is niet nodig om daar de woorden voor te zoeken want er zijn gewoonweg geen woorden voor.

Besef dat de wijsheid die besloten ligt in de taal enorm is, maar de wijsheid die besloten ligt in je éigen taal is zo onmetelijk dat het niet te bevatten is.
Forceer het dan ook niet! Laat de rust van het donker rijpen om tot wasdom te komen!